GRANIET FILM

< back

Grimm: Interview Alex van Warmerdam

Door: Luc Lafleur / Mike Peek

Bron: Xi nummer 2 - jaargang 12

Na veel getouwtrek, financiële problemen en een vertraagde première is het 4 december dan eindelijk zover: Vanaf die datum draait Grimm, het nieuwste geesteskind van Alex van Warmerdam, in de Nederlandse bioscopen. Het voorstel aan Van Warmerdam om het interview te beginnen met wat vragen over de Nederlandse film, alvorens te specificeren naar zijn werk, stuit dan ook op licht verzet...

Voordat we beginnen, ik word nu al een beetje moe over het gepraat over "De Nederlandse film". In feite is dat natuurlijk wel iets dat me aan gaat, maar waar ik nou niet echt een grote betrokkenheid bij heb. Omdat het allemaal een beetje miezerig is. Ook door het lange traject van Grimm ben ik natuurlijk een beetje... ja, nou niet verbitterd, helemaal niet zelfs, maar het komt me af en toe wel m'n neus uit, dat geouwehoer over alles wat eigenlijk buiten de film ligt. Geld, cv regeling, fondsen; ik word er eigenlijk niet goed van.

Is dat het probleem, dat er alleen maar over geld gepraat wordt? Jij hebt tegenwoordig een aparte positie binnen de Nederlandse film. De meeste regisseurs verfilmen alleen series en boeken. Jij staat als een van de weinigen buiten die wereld.

Daar lijkt het langzamerhand wel op ja... Je hebt natuurlijk nog een paar andere filmmakers waarmee ik me verwant voel, maar die komen ook niet echt aan bod. Erik de Bruyn met Wilde Mossels is al weer zes jaar geleden. Dat Lodewijk Crijns Met Grote Blijdschap maakte is ook al weer vier, vijf jaar geleden voor mijn gevoel. En dat zijn toch jongens die volgens mij meer films zouden moeten maken.

Nu heb je dan Van God Los wat geslaagd schijnt te zijn, ik heb hem nog niet gezien. Maar de vraag is: Wanneer maakt die jongen zijn nieuwe film?, de continuïteit wordt voortdurend om zeep geholpen. Dat is het probleem en dat komt volgens mij ook omdat de toverwoorden tegenwoordig 'succes' en 'breed publiek' zijn. Dat staat natuurlijk de gedachte aan die andere films in de weg. En dat gepaard aan het weinige geld dat er überhaupt is...

Want het Filmfonds subsidieert ook commerciële films.

Ja, het idee is dat als je zoveel mogelijk publieksfilms maakt dat dan vanzelf wel goed komt met die artistieke films, maar ze vergeten dat die wél geld moeten hebben. Dat is een beetje het probleem. Het is voornamelijk een mentaliteit, waar niet tegen te vechten valt.

Veel van je voorgaande films waren typisch Nederlands, maar ze waren wel populair in Europa. Voor Grimm ben je zelf al de grens over gegaan, naar Spanje. Voel je je dan nog wel Nederlander, of zie je jezelf meer als Europeaan?

Nou ik ben natuurlijk gewoon een Hollander, maar het houdt voor mij niet op bij de grens. Ik denk er verder niet zo over na, ik doe wat ik in mijn hoofd heb en het blijkt dat het ook buiten de grenzen wel werkt.

Maar wat betreft Grimm... Na 4 films die zich in Nederland afspeelde, of die daar in ieder geval de schijn van hadden, leek het me goed om de grens over te gaan. Om Europa ook meer als een land te zien, anders is het wel erg begrensd. Ik weet nog wel dat het in de jaren '70 echt een beperking was voor filmmakers, omdat de grenzen toen sterker waren. Als je in Nederland een gevangene wilt laten ontsnappen, dan zit ie na drie passen alweer in de volgende stad. En dat is natuurlijk een schijnprobleem, want je kunt die afstand groter maken als je wilt, daar is film uitermate geschikt voor.

Maar omdat men het als een beperking beschouwde, kun je wel zien hoe vast het denken eigenlijk zat. Dan zeiden ze: 'Ja in zo'n Amerikaanse film komt een ontsnapte gevangene in een moeras en wij hébben helemaal geen moerassen'. Ze waren daar zo door gevangen, door die gedachte, dat ze niet eens op het idee kwamen om desnoods een moeras te verzinnen. Dat kan natuurlijk, je kunt je eigen land zo groot maken als je wilt.

De film is in Spanje heel slecht ontvangen. Je verwees in De Groene Amsterdammer naar het feit dat Carmelo Gomez, één van de Spaanse acteurs in Grimm, op een persconferentie in San Sebastián uithaalde naar de platte televisie in Spanje. Dat kwam de recensies niet ten goede.

Nou ja, hij ging gewoon in tegen de vervlakking van de Spaanse film en stak mij een aantal veren in de reet en ja, dat zet kwaad bloed. Als je dan vervolgens een film ziet waarin Spanje niet rooskleurig wordt afgeschilderd.... Dan heb je misschien zoveel irritatie opgewekt dat mensen denken: Flikker maar op met je film. Maar misschien hadden ze dat ook wel gevonden zonder de tirade van Carmelo, daar kom je natuurlijk nooit achter.

Je hebt nu dus ook een groot deel in Spanje geschoten, met Spaanse acteurs gewerkt. Hoe was dat?

Dat vond ik heel opwindend. Het ging me ook goed af. De taalbarrière, die is er wel, maar daar is heel goed mee om te gaan. Het waren goede, intelligente acteurs, die echt meedenken met de film, weten waar het over gaat. Dan is het al een stuk makkelijker werken natuurlijk.

Jij bent een duidelijke auteur, daar is een groot gebrek aan in Nederland, mensen die een bepaalde visie naar voren brengen in een film.

Ja, maar dat komt voor een deel ook weer door de heersende mentaliteit. Ik merk het ook aan mezelf. Ik ben heus wel overtuigd van mijn zaak, ik weet wat ik doe, waar ik goed in ben en waar ik slecht in ben. Ik ken mijn eigen waarde, maar toch heb je altijd steun nodig, wil je gestimuleerd worden om door te gaan. Ik ga even goed wel door hoor, daar gaat het niet om, maar ik merk dat als iets aanslaat, dan geeft me dat wel een extra steun in de rug. Het ontstaan van auteurs, daar is een klimaat voor nodig en dat is er niet. Talenten staan eerder op als er een bepaalde mentaliteit aanwezig is. Als je voelt: men vindt het goed waar ik mee bezig ben.

Maar over dat auteurachtige wordt hier eigenlijk alleen maar schamper gedaan. Publieksfilms, dat is nu het heilige woord. Geld verdienen. Maar dat kan zelfs met publiekfilms moeilijk, omdat Nederland maar een klein land is. Ook de fondsen hinken vaak op twee gedachtes, ze durven geen keuzes te maken. Ze geven veel projecten een beetje geld, waardoor eigenlijk iedereen te weinig heeft.

Waar gaat je persoonlijke filmvoorkeur naar uit? Hitchcock, begreep ik uit een ander interview?

Ja, Hitchcock is natuurlijk een fenomeen. Ik vind helemaal niet alle Hitchcock films goed, het is meer dat ik zijn manier van denken heel inspirerend vind, hoe hij alles van te voren bedenkt en op poten zet. Bij alles beredeneert hoe het werkt en hoe het publiek er op zal reageren. Hij is natuurlijk de man van de suspense. Dat kun je helemaal niet geïmproviseerd doen, dat moet je opbouwen. Hoe hij daarover praat en denkt, zoals je in dat Truffaut-boek (Het boek waarin Truffaut Hitchcock uitvoerig aan de tand voelt, red.) ook goed kunt lezen, dat is bijna een lesboek. Hoe precies je kunt zijn en hoe goed het is om daarover na te denken. Veel films doen dat naar mijn idee niet. Die hebben een script en die gaan draaien. Dan zien ze op de set wel wat ze gaan doen. Daar kunnen overigens ook goede films uit voor komen en niet iedereen hoeft hetzelfde te doen, maar zijn manier van denken is voor mij een inspiratie ja.

Je wilt dat de toeschouwer bij een film aan het nadenken worden gezet?

Dat hem in ieder geval die mogelijkheid wordt gegeven. Ik ben geen missionaris die mensen iets bij wil brengen ofzo. Ik vind het gewoon leuk om het op mijn eigen manier te doen. Grimm kun je ook door de Hollywoodmolen halen. Dan haal je er zo nog een kwartier uit. Maar dat wil niet zeggen dat het daardoor een betere film wordt. Het is trouwens niet zo dat ik tijdens het schrijven van een script denk: dit is commercieel en dit niet, ik maak wat ik wil maken, zo goed mogelijk. Ik denk ook niet aan een elite, of aan intelligente mensen, helemaal niet. Niemand zal moeite hebben om mijn films te begrijpen, het zijn soms haast kinderlijke films; eenvoudig verhaal, simpele dialogen. Ze zijn zo helder als glas. Alleen worden films vaak gestigmatiseerd. Als ze in filmhuizen draaien, sluit je al een groep uit, veel mensen komen namelijk niet in het filmhuis. Maar dat heeft weer te maken met de bioscoopboeren. Grote bioscopen zeggen dan: 'Ja, maar daar komt niemand naartoe'. Dat zijn mensen die ijsjes willen verkopen en veel publiek naar een film willen hebben. Die hebben ook nog eens weinig fantasie en denken niet: 'Nou, die film zou dat patroon kunnen doorbreken'. Ze zijn bang, avontuur ho maar.

Ik heb de film in een vroeg stadium gezien, nog zonder ondertitels. In de uiteindelijke versie zijn een aantal scènes gesneuveld, doe je dat dan om de film beter te maken? Het lijkt me dat je van tevoren, als scenarioschrijver, een ideaalbeeld hebt.

Van te voren ja, maar dat is maar een idee. Het is onmogelijk om een scenario helemaal te volgen. Dingen vallen tegen, dingen blijken overbodig. Je moet hercomponeren met het materiaal dat je geschoten hebt.

En dat is anders dan bij theater?

Eigenlijk niet. Want in mijn geval schrijf ik voor theater ook een script, of een stuk dan. Het is ietsje anders omdat ik tijdens het repeteren nog bijschaaf. Ik begin nooit met een af stuk te repeteren, maar met een stuk dat voor de helft of driekwart klaar is. Door het repeteren krijg je zicht op wat het is en dan weet je waar het moet eindigen. Maar ik gebruik theater ook waar het voor bedoeld is, elke avond doe ik het net even anders. Eigenlijk is er dus geen verschil, maar in het theater blijf je monteren tot de laatste voorstelling.

Dus je kunt wat te schrijft eigenlijk voor zowel film als theater gebruiken? Dat is bij Grimm misschien moeilijker is omdat de setting groter is.

Grimm is echt als filmscript geschreven. Kleine Teun was wel een bewerking van een theaterstuk. Maar dan schrap je veel. En als je dan vervolgens gaat monteren dan schrap je weer van alles. Accenten komen anders te liggen, wat ook weer gevolgen heeft voor gedeeltes die daarna komen. Dat zijn allemaal dingen die je van van tevoren niet kunt voorzien. Soms denk je 'dat kan er echt niet uit', maar sneuvelt het uiteindelijk toch bij de montage, zo werkt dat. Elke voorstelling of film heeft volgens mij ook een natuurlijke lengte in zich. Elke film of voorstelling die ik maak zit onder de twee uur, eigenlijk tussen anderhalf uur en één uur en drie kwartier. Daarboven komt het nooit. De eerste cut van Grimm was twee uur en een kwartier, dat was veel te lang, dat zie je gelijk.

En dat bekijk je dan voor jezelf als toeschouwer.

Voor zover dat mogelijk is. Dat is heel moeilijk, eigenlijk kan dat al heel snel niet meer. Daarom nodig ik ook mensen uit om commentaar te geven, ik hang dan vaak aan dingen waarvan anderen zeggen 'flikker dat er nou maar uit'. En dat is schrikken, want iedereen heeft natuurlijk gelijk. Je kunt een toeschouwer ook maar één keer laten kijken, want de tweede keer heb je er al niks meer aan. Dan is hij of zij er al bij betrokken, en bovendien gaan ze zich dan vervelen bij dingen waar ze zich de eerste keer niet bij verveeld hebben. Soms moet je ook geschrapte scènes weer terughalen, omdat het verhaal anders niet meer te volgen is. Dan komen er nieuwe mensen kijken die er helemaal niets van snappen.

Je bent erg veelzijdig. Je schrijft scenario's, je schildert, je componeert je eigen muziek, je regisseert. Je doet een heleboel dingen. Maar tijdens een creatief proces, ben je dan met één project bezig?

Ja, zeker, ik doe nooit dingen tegelijk. Als ik een film maak, dan ben ik ook alleen een film aan het maken. Omdat Grimm een jaar is uitgesteld, heb ik tussendoor een voorstelling gemaakt. Toen heb ik het script van Grimm in de kast gelegd, dat bestaat dan gewoon niet meer. Pas toen de voorstelling klaar was ben ik weer verder gegaan met de film. Ik kan ook niet twee dingen tegelijk schrijven. Ik werk het liefst iets af, en dan hup, het volgende.

Dat was nu wat lastiger, want de film gaat in december pas draaien. Is er niet overwogen om Grimm al tijdens Het Nederlands Film Festival in première te laten gaan? Was dat niet beter geweest, omdat dát publiek heel graag Nederlandse films wil zien?

Dat was niet aan de orde, want de première is inderdaad pas in december. Dan zou de film in september al wat publiciteit hebben gehad, dan een paar maanden niks en dán de première. Dat werkt niet. Dan verbrokkelt alles, dan is de aandacht verdwenen. Dus dat had geen zin. Het is wel overwogen, maar dan zou de film daarna gelijk in de bioscopen hebben moeten draaien. En dat kon niet.


© Luc Lafleur/Mike Peek Xi

< back

GRANIET FILM, Archangelkade 15, 1013 BE, Amsterdam